Ga naar inhoud

Het verhaal · Sinds 1945

Twee keer gevallen.
Drie keer opgestaan.

Van een winkel aan de Heuvelstraat in Tilburg tot 80 winkels door Europa, en terug. Dit is het echte verhaal van Villa Happ, verteld in zeven hoofdstukken. Ontstaan in Tilburg, vandaag thuis in Waalwijk.

Scroll

Hoofdstuk 01

10 mei 1945

Heuvelstraat 85

Vijf dagen na de bevrijding openen Tony Kuijsters en haar man Bas Gaillard hun eerste winkel aan de Heuvelstraat 85 in Tilburg. De zaak heet Gaillard Kuijsters.

Die winkel heeft een voorgeschiedenis. De ouders van Bas maakten rieten manden in een productiebedrijf aan de Noordstraat. Ze vlochten wiegjes en kinderwagenmanden, het babygoed van een tijd waarin dat nog handwerk was.

Het gezin krijgt vier kinderen. Als de jongste twee maanden oud is, verliest Tony haar echtgenoot Bas. Ze blijft achter met vier jonge kinderen en een winkel die nog moet groeien, en ze houdt de zaak in haar eentje draaiende. Dat doorzettingsvermogen is het fundament van alles wat erna kwam.

De winkel Gaillard Kuijsters aan de Heuvelstraat 85 in Tilburg, met twee etalages vol kinderwagens, wiegjes en babygoed.

Hoofdstuk 02

Midden jaren vijftig

Babyparadijs

Halverwege de jaren vijftig gaat het pand aan de Heuvelstraat 85 tegen de vlakte. Er komt een modern gebouw met drie etages voor in de plaats, het eerste in zijn soort in Tilburg en een gebouw waar de stad naar kwam kijken. Het staat er nog steeds. Wie het centrum van Tilburg kent, kent het als de Bakker Bart.

In diezelfde periode krijgt Tony Kuijsters een relatie met Noud van Happen. Samen openen ze op datzelfde adres een winkel onder een nieuwe naam: Babyparadijs. Ze verkopen babykleding, kinderwagens en alles voor de kinderkamer.

Tussen 1955 en 1961 krijgen Tony en Noud drie kinderen. De jongste is Rogér van Happen, geboren in 1961. Hij wordt later de vader van Rutger van Happen.

Aan die winkel hangt een detail dat pas veel later betekenis kreeg. De babyuitzet voor Rutgers moeder werd bij Babyparadijs gekocht, door zijn opa en oma van moederskant. Er waren op dat moment twee zwangere vrouwen in het spel, de beide oma’s van Rutger. Zijn ouders waren die dag centimeters van elkaar verwijderd, ruim twintig jaar voordat ze elkaar zouden ontmoeten.

Babyparadijs aan de Heuvelstraat 85 in Tilburg, met de winkelpui en voorbijgangers op straat.

Hoofdstuk 03

Jaren zestig

De eerste die ging

In de jaren zestig wordt er in België ingekocht en geproduceerd, en daar lopen de prijzen op. Noud ziet zich genoodzaakt verder over de grens te kijken en reist met zijn laatste zakcenten naar het Verre Oosten om daar een eigen productielijn op te zetten. Hij hoort bij de eersten in Europa die dat aandurven. Er is op dat moment niemand die hem kan vertellen hoe zoiets werkt.

Het is een gok met alles wat hij heeft, en die pakt goed uit.

Vanaf 1996 produceert de familie in eigen fabrieken in Bangladesh en China, met zo’n achthonderd mensen in dienst. Achter die keuze zit meer dan een rekensom. Wie de fabriek zelf in handen heeft, weet wie er aan de machines staat en wat er de deur uit gaat. De familie kwam er zelf over de vloer en hield de kwaliteit en de werkomstandigheden in eigen hand.

Jaren zestig

Hoofdstuk 04

Jaren '70, '80, '90

De marktleider die je niet zag

Babyparadijs groeit uit tot de Van Happen Fashion Groep en wordt in de jaren tachtig een van de grootste leveranciers van private label en white label kinderkleding in Europa. Op de labels staan Nederlandse namen als Wibra, Zeeman, HEMA, V&D, C&A en Prénatal. Daarbuiten gaat het naar Carrefour, Otto en de Metro-groep (bekend van Makro). Is er ruimte over in de fabrieken, dan worden daar ook merken als Replay en Diesel geproduceerd. Daarnaast draaien de eigen merken VHF en Artoni op volle toeren.

Wie in die jaren een kind aankleedde, had grote kans dat er iets van deze familie in de kast hing. Op het label stond alleen nooit hun naam.

Het bedrijf verhuist mee met de groei. Elzenweg 33 in Waalwijk in 1972, Industrieweg 74-76 in dezelfde stad in 1980, en in 1990 een nieuw hoofdkantoor aan de James Wattlaan 7 in Drunen.

Op 12 juni 1986 kwam Wibra langs in Waalwijk, een van de grootste klanten. Het werd de grootste order uit de geschiedenis van het bedrijf, een miljoenenorder. Midden in het gesprek in de showroom werd Rogér weggeroepen, en ’s avonds werd zijn zoon Rutger geboren. Een cadeautje op een dag die toch al niet meer stuk kon.

Het hoofdkantoor van Van Happen Fashion aan de James Wattlaan in Drunen, 1991, met een bedrijfssculptuur op het gazon ervoor.

Hoofdstuk 05

1999

Een eigen naam in de Koopgoot

Halverwege de jaren negentig verandert de markt en verliest het bedrijf terrein, maar het vakmanschap blijft.

In 1999 krijgt het familieverhaal een eigen merk: Villa Happ. Het concept is een kinderkledingwinkel die inspeelt op de verbeelding en de beleving van kinderen. De eerste winkel opent in de Beurstraverse in de Rotterdamse Koopgoot, en het is Rutger die hem opent, dertien jaar oud. Hij is ook de eerste Arjo the Rat, de mascotte van het merk. Winkel nummer twee volgt al snel in de Marikenstraat in Nijmegen.

Het concept slaat aan. Op het hoogtepunt telt Villa Happ 80 eigen winkels, de helft in eigen beheer en de helft franchise, en liggen de collecties daarnaast bij 250 verkooppunten door heel Europa. Naast eigen labels als Rebble-Pebble, Hot-Gossip en Square Deal hangen er merken als Brunotti, Cars, Petrol, Mayoral en Girandola.

Die groei wordt aangestuurd vanuit het hoofdkantoor aan de James Wattlaan in Drunen.

Een Villa Happ winkel met het logo boven de etalages, kinderkleding in de vitrines en Arjo the Rat bij de ingang.

Hoofdstuk 06

Eind 2004 tot 2011

The Comeback Kid

Eind 2004 wordt de keten verkocht aan een investeringsmaatschappij. Binnen een jaar gaat het mis. In november 2005 koopt de familie het bedrijf terug en maakt een doorstart. In juni 2006 verhuist het kantoor naar Kasteel Zwijnsbergen in Helvoirt, een sprookjesachtig kasteel in Brabant. De ambities reiken dan verder dan Nederland: een internationaal kantoor in Dubai, plannen voor Düsseldorf, Athene en Istanboel. In 2007 geeft de vakpers Villa Happ een bijnaam die blijft hangen: The Comeback Kid.

In 2009 koopt Villa Happ alle franchisenemers uit. De lening die daarvoor nodig is, wordt uiteindelijk te zwaar om te dragen. In 2010 zijn de onderhandelingen over een doorstart vergevorderd, er is serieuze interesse vanuit de retail en de financiering is zo goed als rond. Op het laatste moment loopt het stuk op de overdracht van de merkrechten. Drie winkels draaien nog door tot in 2011, maar ook die redden het niet. Villa Happ verdwijnt helaas uit het straatbeeld.

Noud heeft dat einde niet meegemaakt. Hij overleed op 15 november 2007, 78 jaar oud. Tony overleed op 26 november 2016, 95 jaar oud. Zij heeft de eerste winkel geopend en de laatste zien sluiten.

Eind 2004 tot 2011

Hoofdstuk 07

2021 tot nu

De derde generatie

Tien jaar na de val worden de merkrechten van Villa Happ niet gecontinueerd. Ze vervallen, en Rutger van Happen, kleinzoon van Tony en Noud, haalt ze terug naar de familie. Jarenlang onderzoekt hij hoe de comeback eruit moet zien. De coronapandemie vertraagt de plannen.

In Spanje ligt een straat die naar Noud & Tony is vernoemd. In februari 1985 stond Rogér daar op de foto. Veertig jaar later stond zijn zoon Rutger op dezelfde plek.

In 2026 keert Villa Happ terug als lifestylelabel, voor de generatie die ermee opgroeide en de generatie daarna. Wat in 1945 begon in Tilburg, wordt vandaag doorgezet vanuit Waalwijk. De eerste artikelen zijn onder meer een Back-Cap in een genummerde oplage van 500 stuks met certificaat, en sokken die Stap voor Stap heten. Want zo gaat dit verhaal verder. Stap voor stap.

Twee opnamen van dezelfde plek in Spanje, in elkaar overlopend: links Rogér van Happen bij het bord C. Artoni in februari 1985, rechts Rutger van Happen op dezelfde hoek in februari 2025.

Hoofdstuk drie is begonnen.